NRC Handelsblad, 22 november 2008
Derks opnieuw sterk
Het ging snel met Pieter Derks: in 2005, op zijn twintigste, winnaar van de publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunstfestival, in 2006 een eerste soloprogramma dat meteen al verrassend volleerd was, en nu een tweede waarin opnieuw blijkt hoe vanzelfsprekend het is dat hij daar staat. Met vermakelijke conferences, afgewisseld door uiteenlopende liedjes – volgens klassiek cabaretmodel – en soms een riedeltje op zijn tenorsax, wat minder gebruikelijk is.
Derks begint zijn nieuwe programma met een slim verteld verhaal over de recente Obama-euforie en bouwt dat uit tot een geestig geformuleerde conference over zijn onvermogen om in paradijselijke visioenen te geloven. Daarna gaat het alle kanten op: over het feit dat er in Afrika allang zwarte presidenten zijn (“da’s zeker al een jaar of tien”), over het alledaagse leven zoals de reclame ons dat voorspiegelt, de hypervriendelijke bediening bij Starbucks, de onzin van internetvriendschap, de taal van voetbaltrainers en meer. Zo is Waan opnieuw een amusante staalkaart van wat Pieter Derks allemaal kan. En dat is heel wat.
Algemeen Dagblad, 25 november 2008
Pieter Derks blijkt een grote belofte
Met zijn verrassend sterke debuut Dat zal je nog verbazen (2006) profileerde de jonge cabaretier Pieter Derks zich als een aanwinst voor de Nederlandse kleinkunst in de beste traditie. De toen 22-jarige maakte welhaast klassiek cabaret met mooi persoonlijk engagement en poëtische liedjes. In zijn nieuwe voorstelling Waan zet Derks die traditionele lijn niet alleen voort, maar sublimeert hij evenzeer zijn originele kijk op zijn omgeving die tot heel verrassende en geestige observaties leidt.
Pieter Derks opent zijn show met een bijna a-tonaal lied, begeleidt door zijn ‘beatbox’, een metronoom. Derks is niet van de straat, heeft een onverzadigbare drang tot denken en rationaliseren en mag graag de collectieve domheid te lijf gaan. Bovendien wenst hij de zaal een ‘hippe avond’ toe op een toon die doet vermoeden dat we niet op anderhalf uur luchtig, hapklaar amusement hoeven te rekenen. Derks wortelt sterk in het ambachtelijke cabaret en is in de ritmiek van vertelling en liedje op zijn best.
En een verteller is hij. Derks neemt het publiek intiem aan de hand als coach van een virtueel voetbalspel, bij het gekmakende snobisme van eigentijdse koffiebars en in een koddig vakantieverhaal. Achter de piano bezingt hij gedroomde en onmogelijke liefdes met een mooie vleug pathos. Op zijn saxofoon blaast hij droge intermezzi en schakelt hij snel naar een technisch knappe en humoristische scene waarin de schone schijn van reclame (‘Het causale verband tussen Nutella en geluk’) wordt gefileerd. Met Waan toont Derks, de twijfelaar die, constateert hij zelf, dikwijls de rede boven de emotie verkiest, dat hij nog lang niet is uitgesproken. Deze jongeman die op gezette tijden een heerlijke oude lul kan zijn, neemt je helemaal voor zich in. En het boeiende spel dat hij met ‘waan en werkelijkheid’ speelt verraad een uitzonderlijk talent.
De Volkskrant, 25 november 2008
Pieter Derks toont zich te weinig de losse cabaretier die hij ook is
Pieter Derks noemt zichzelf een traditionele cabaretier. Zo eentje met conferences en liedjes. Als hij achter de vleugel kruipt en zijn metronoom aanzet, zegt hij: ‘Dit is een beatbox. Ja, ik voel de tijdgeest aan.’ In 2005 won hij als 20-jarige de publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival. Waan is zijn tweede solo, een doortimmerd programma over waan en werkelijkheid. Soms kun je maar beter in de waan blijven, betoogt Derks, want het beeld is vaak mooier dan de werkelijkheid.
Pieter presenteert zichzelf als een verhalenverteller. Hij spiegelt een beeld voor dat we kennen uit de reclame: een perfect gezinsleven met stralende kinderen die buiten ravotten en een vrouw die een schaal met hotdogs komt brengen. Hij vertelt over zijn heimelijke hobby: een computergame waarin hij opgaat in zijn rol als voetbalcoach. Derks is een beeldend verteller die makkelijk schakelt tussen serieus en onzin. Hoewel nog jong, bespeelt hij de zaal bedreven. Derks heeft zijn beste momenten als hij even uit zijn rol stapt en een onverwachte grap maakt. Helaas zijn die momenten in dit programma te schaars. Alle verhalen staan in dienst van de rode draad, goed bedacht, maar ook iets té bedacht. Het maakt de voorstelling erg geconstrueerd, teveel mooieverhalenvertellerij. Derks toont zich te weinig de losse cabaretier die hij ook is.
Verstandige jongen, die Derks. Maar net als Jan Jaap van der Wal een paar jaar geleden heeft hij de neiging zichzelf erg serieus te nemen en binnen de lijntjes te blijven. Jammer dat regisseur Pieter Bouwman zijn braafheid niet wat meer in bravoure heeft weten om te zetten.
De Telegraaf, 25 november 2008
Pieter Derks bevestigt talent in ‘Waan’
De jonge cabaretier Pieter Derks viel al op met zijn eerste programma ‘Dat zal je nog verbazen’, omdat hij zo anders is. Anders in de zin van ouderwets, met doordacht, ambachtelijk cabaret; sterke conferences afgewisseld met mooie kleinkunstliedjes. Hij speelt piano en af en toe saxofoon. Zijn zelfverzekerdheid is bijna griezelig, alsof hij al dertig jaar podiumervaring heeft.
In zijn nieuwe programma ‘Waan’ koketteert hij met dat imago. Hij draagt een fluwelen kostuum, vertelt dat men hem een ‘klassiek cabaretier’ vindt, memoreert een voorstelling van Wim Kan in 1958 waar hij zogenaamd op de eerste rij zat, en wenst zijn publiek een ,,hippe avond” toe. Toen hij in 2005 op zijn twintigste het Amsterdams Kleinkunst Festival won, maakte hij al grappen die totaal niet pasten bij zijn leeftijd. In ‘Waan’ laat Derks opnieuw zien dat hij al precies weet hoe de wereld in elkaar zit. Ditmaal heeft hij ook liefde en relaties onder een vergrootglas gelegd en dat levert een geweldige tirade op over vrouwen die hun man proberen een hobby af te leren. Pieter Derks heeft één principe waar iedereen zich aan zou moeten houden: ,,Je neukt je hond niet, en je leert je man geen dingen af.” Zijn eigen liefdesleed heeft een paar heerlijk melancholische liedjes opgeleverd. Over de belofte van liefde, die altijd mooier is dan de liefde zelf en over een vechtrelatie die stuk loopt: ,,Wij willen geen liefde, wij willen gelijk.”
Derks is weer goed en hij moet vooral op deze voet verder gaan.
Spits, 27 november 2008
Sterke tweede show Pieter Derks
Bekend bij het grote publiek is Pieter Derks, die drie jaar geleden het Amsterdams Kleinkunst
Festival won, nog niet. Maar zijn voorstelling Waan, die onlangs in première ging, gaat daar zeker verandering in
brengen.
In Waan blijft Derks graag in zijn eigen wereldje zitten. Hij vindt het lastig om zich echt één te voelen met de wereld. De realiteit vermijdt hij liever: het kost hem te veel moeite om die te begrijpen. Slechts één keer lukte het hem, toen Barack Obama verkozen werd. Veel mensen leven in hun eigen waan, laat Derks zien. Ze hebben rare hobby’s (ze kweken bijvoorbeeld salamanders) of gaan voor voetbal. Of ze geloven in de wereld die de reclame laat zien, of religie. Derks heeft bewondering voor diegenen voor wie de wereld mooier lijkt dan hij eigenlijk is. Hij staat stil bij al die mensen die een klein paradijs op aarde inrichten. Zoals die salamanderkweker of die mensen die hun eigen voetbalelftal op internet samenstellen.
In zijn show toont Derks zich een cabaretier van de klassieke stempel. Bovendien is hij een bevlogen verteller en grappenmaker. Instrumenten bespeelt hij ook: piano en saxofoon. Dat laatste is echter een beetje te veel van het goede. Net als de directe, botte seksuele grappen waarmee Derks de gang naar het grote publiek open lijkt te willen houden. Ze passen niet bij zijn nette uitstraling en voegen niets toe aan het thema. Bovendien heeft hij ze niet nodig om de aandacht van de zaal vast te houden. Zonder die botte grappen zou Waan zelfs sterker zijn. Want verhaal, timing en mimiek zijn verder prima uitgewerkt en zijn superboeiend om naar te kijken en te luisteren.
Het Parool, 29 november 2008
Derks moet eens ‘n harde boer laten
Waar houdt de werkelijkheid op en begint de waan? Gewiekst speelt het jonge cabarettalent Pieter Derks met die vraag in zijn tweede solovoorstelling Waan.
Derks kreeg temidden van honderden Amerikanen in de nacht dat Barack Obama de strijd om het presidentschap won, ineens de patriottistische waan óók ‘in dat beste land ter wereld te wonen’. Derks doet mee aan het internetspel Voetbalmanager en betrapt zich er op dat hij zichzelf interviewt als coach van Go Ahead Eagles. Dan ben je de werkelijkheid toch echt een beetje kwijt.
Hij was dat ontwapenende jochie dat in 2005 de publieksprijs van het Amsterdams Kleinkunst Festival won. Ruim drie jaar later is Derks al een volwassen theatermaker geworden, die een volle Kleine Komedie tegemoet treedt in een snel pak, een nonchalant geschikt kapsel en met verhalen waarmee hij de werkelijkheid van alledag van een jeugdig fris sausje voorziet.
Het zijn tijden om ironisch tegemoet te treden. Stel dat je je leven geheel inricht op de aanbevelingen uit de reclames. Zul je dan volmaakt gelukkig zijn, of is het dan geen wonder dat de werkelijkheid altijd een beetje tegenvalt? Derks kan verbijsterd kijken naar tv-programma’s als Help, mijn man heeft een hobby, waarin mannen hun passie en fantasie voor het oog van de camera vernietigen omdat hun vrouwen onderuitgezakt met ze naar de tv willen kijken. Die mensen die zich op je Hyvesdomein je ‘vrienden’ noemen, zijn vaak mensen van wie je geheel terecht jarenlang niks hebt gehoord.
Ze lopen als een trein, die verhalen. En alles klópt zo bij Pieter Derks.
Nou ja – zijn intermezzo’s op de saxofoon zullen menig bespeler van dit instrument niet echt bekoren. En zijn pianospel mag wel wat subtieler. Maar als verder alles klopt, de avond eigenlijk zeer aangenaam is geweest, waarom dan toch dat wat matte gevoel na afloop? Dat hele toneelplaatje, die jonge kerel, die flair, de balans tussen gesproken en gezongen, goede liedjes, intelligent denkwerk, humor, alles volgens het boekje… wat wil je nog méér dan?
Nou, heel simpel: een saus met méér peper. Een jongen die wat minder braaf is dan de ideale schoonzoon die bij het eerste bezoek aan zijn aanstaande schoonouders een veel te bescheiden portie op zijn bord schept. Een jongen die na dat eten provocerend een harde boer laat. Maar zo simpel blijkt dat nú nog niet te zijn voor een jonge theatermaker als Derks.
| Leeuwarder Courant, 9 januari 2009 |
Pieter Derks scherp en ontwapenend
FRANEKER - Pieter Derks (24) is een man naar wiens verhalen je graag zou willen luisteren bij een feestje in de huiskamer. Die huiskamer stond gisteravond op het podium in De Koornbeurs, want vanwege de geringe belangstelling had men daar heel verstandig een paar rijen stoelen neergezet. Het zorgde voor een intieme sfeer die wonderwel paste bij ‘Waan’, het tweede programma van deze naar Amsterdam verhuisde Wijchenaar. Want in Amsterdam gebeurt het allemaal, was hem verteld. Maar wat dan en wanneer, vraagt hij zich af, als ‘s middags om twee uur er al weer files staan – de stad uit. Het is een van de vele kleine maar scherpe observaties, waarmee Derks in zijn voorstelling strooit. Verwacht van hem geen bevlogen betogen over wereldproblemen of cynische opmerkingen over politici. Hij vertelt liever over hoe hij in het Amsterdamse Hilton te midden van Amerikanen de verkiezingsnacht van Obama beleefde. In zijn hoofd malen de gedachten voortdurend rond, meldt hij, en dat kan knap lastig zijn. Want al dat denken staat dromen en illusies in de weg. Derks mag dan nog jong zijn, hij praat wereldwijs over het eeuwige gesukkel tussen man en vrouw. Waarom eindigt die heerlijke verliefdheid negen van de tien keren in een relatie? Waarom willen wij in zo’n relatie vaak liever ons gelijk dan de liefde? Het klinkt wat serieus maar hij brengt het met een ontwapende lichtvoetigheid. Hij houdt ons het lachwekkende voor in bijvoorbeeld het Starbucks-concept en de Hyves- hype. Het hoogtepunt is echter het verhaal over zijn geheime hobby: het computerspel Voetbalmanager, waarin hij zo opgaat dat hij zichzelf interviewt. Minutenlang braakt hij dan in hoog tempo alle bekende clichés van trainer/coaches uit, gevoed door de al even clichématige vragen van journalisten. Toen Derks in 2005 in de prijzen viel bij het Amsterdams Kleinkunst Festival, werd hij omschreven als een klassiek cabaretier, iemand die zijn conferences afwisselt met liedjes. En die zijn in ‘Waan’ allemaal goed getroffen. Je kunt zeggen dat het soms erg genoeglijk voortkabbelt allemaal, maar tegelijk is het ook lekker verfrissend om iemand aan het woord te horen die nadenkt over die wondere wereld om hem heen en je daarvan deelgenoot wil maken. En dat huiskamergevoel blijft bij Derks ook bij meer dan 27 mensen wel intact.
| Friesch Dagblad, 9 maart 2009 |
De rusteloze gedachtengang van cabaretier Pieter Derks
Een vleugel in het midden van het toneel en een saxofoon, hangend aan een ketting. Liedjes en mooie verhalen, oftewel klassiek cabaret, gemaakt door een vierentwintigjarige jongen. Pieter Derks heeft in zijn tweede voorstelling Waan niets anders nodig dan zijn muziekinstrumenten en zijn stem. Hij vertelt over de verkiezingsnacht van Obama; de nacht die voor altijd zijn leven zou veranderen. De nacht waarin hij totale liefde ontwaarde, zich bewust werd van complete overgave en voelde dat het geld van zijn Icesave-rekening gauw weer zijn kant op zou komen. Dit was de nacht dat Pieter Derks stopte met denken en de cynische grapjes voelde verdwijnen. Drie maanden later zijn deze cynische grapjes gelukkig weer in alle hevigheid teruggekomen, evenals zijn onstuimige gedachtegang. Derks beschrijft een aanklacht tegen de vercommercialisering van het dagelijkse leven. Als je maar de juiste cola drinkt, heeft je vriendin er geen enkel probleem mee dat je het uit wilt maken, en wanneer je de goede deodorant gebruikt, komen mooie vrouwen in bikini massaal naar je toe gestormd. Maar Derks’ lichaamsbehoeftes zitten een ideaal bestaan zoals in de reclame toch wel in de weg. En wat betreft zijn echte leven maakt zijn hoofd het hem moeilijk, want wanneer zijn vriendin een oratie houdt over hun relatieproblemen, denkt hij intussen aan het avondeten. Een intelligente jongeman die weet waarover hij praat en adequaat reageert op respons vanuit het publiek. Wanneer er wat verwarring ontstaat over een van zijn anekdotes, is hij de beroerdste niet en geeft hij onmiddellijk een academische redevoering over het betreffende onderwerp. Als er dingen niet duidelijk zijn, gewoon vragen stellen. Hij is weliswaar z’n powerpointsheets vergeten, maar weet direct een inventief verhaal uit zijn mouw te schudden. Maar hoewel Derks voortreffelijk kan improviseren, komt dit de samenhang van de voorstelling niet ten goede. Waar had-ie het nou ook al weer over voordat hij een terzijde uitgebreid begon te beschrijven? En wat was nu het punt van dit verhaal? Liefde De structuur ontbreekt, en dit is ook te merken aan de liedjes die hij zingt. Terwijl de voorstelling grotendeels een protest tegen de consumptiemaatschappij is, zijn de liedjes eerder gericht op de liefde, en hoe die te verwerken. Hij vertelt over de medewerkers van een grote Amerikaanse koffiezaak die hun uiterste best doen een ‘persoonlijk kopje koffie’ te bereiden, en bezingt daarna zijn relatieproblemen. De nummers zijn veelal van hoge kwaliteit en tekstueel mooi. ,,Ik heb een vriend, die heeft overal verstand van, maar niet overal gevoel voor.” Derks’ talent is groot, maar de coherentie is afwezig, waardoor zijn boodschap onduidelijk wordt. Wil hij de bijzonderheden van alledaagse dingen benadrukken? De modernisering van de samenleving tegengaan? Zijn muzikaal talent demonstreren, ook al passen de nummers qua onderwerpkeuze niet bij de rest van de voorstelling? Duidelijk is in ieder geval dat hij een frisse en actuele voorstelling wilde maken. Ondanks de vormfouten is dat hem gelukt.
| De Stentor, 2 november 200 |
Derks sprankelende jongen met visie
Hij is een verrassing, die Pieter Derks. Er zijn niet zoveel jonge cabaretiers die snel, komisch en actueel zijn. Na Jan-Jaap van der Wal hebben we nu Derks. Een integere jongen, die iets te vertellen heeft. Op een rappe, sprankelende, maar kalme toon houdt hij een betoog boordevol informatie. Na een aangename saxofoonpartij zet hij ons meteen op scherp en houdt de boog lang gespannen. De inhoud wordt tegen het eind iets zwakker en ook zijn liedteksten zijn minder sterk dan de monologen, maar Derks is beslist een cabaretier om naar uit te kijken.
In zijn tweede programma, Waan, begint hij over spiritualiteit, Arie Boomsma en zijn eigen gereformeerde boekhouder. Hij zet zijn vraagtekens bij het winnen van zieltjes, en vooral bij degene die onze zonden telt, en besluit wie naar de hemel en wie naar de hel gaat.
Komisch verhaalt hij over het olifantengeheugen van vrouwen en treffend brengt hij de Nederlandse voetbaltrainer tot leven in een strakke monotone speech. Kort verwijst Derks naar Polanski en de Mexicaanse griep. Hij geeft een mooie draai aan het tv-programma ‘Mijn man heeft een hobby’ en zet Lange Frans weg als de man die ‘een keer een boek heeft gelezen en meteen in de ban is’.
Derks kleedt zijn betoog muzikaal aan met sax en vleugel en zingt aardige nummers. Het beste lied is de toegift en gaat over de buurvrouw ‘bij wie het gras altijd groener is’. Maar ook het slotlied is de moeite waard: ‘Hij wilde geen liefde, hij wilde gelijk’.
Maar Derks is in topconditie als spreker en verhalenverteller. Hij is een jongen met visie, een ‘ouderwetse’ conferencier in de dop die meer met de actualiteit zou kunnen spelen dan hij nu doet.

