Pieter wíe?!

In het kort is het eenvoudig: geboren in 1984 te Wijchen, in 2002 gaan studeren aan de Koningstheaterakademie in Den Bosch, in 2005 de publieksprijs gewonnen op het Amsterdams Kleinkunst Festival en in 2006 in première met het eerste programma Dat zal je nog verbazen.
Voor een wat uitgebreider beeld volgt hier (een selectie uit) een artikel dat journaliste Suzanne de Keijzer schreef.

---------------------------

Anderhalf jaar lang trok Pieter Derks met zijn programma Dat zal je nog verbazen langs Nederlandse theaters. Vele bezoekers zullen daarbij, zoals de naam van de voorstelling deed vermoeden, verbaasd op de stoel hebben gezeten. Ondanks zijn jonge leeftijd wist hij het publiek namelijk te vermaken met sketches die door zijn op hol geslagen fantasie, krankzinnig, grappig en origineel te noemen waren. Zijn kennis over geschiedenis en politiek, in combinatie met zijn filosofische kijk op de wereld, zijn beschrijvende manier van vertellen, zijn enthousiasme en zijn uitbundigheid op het podium, maakten dat de kijker werd meegesleurd in zijn soms bizarre gedachtekronkels. De sketch waarin hij de geschiedenis probeert terug te draaien, “het zou toch geweldig zijn als die Duitsers de Joodse mensen tot aan de boekenkast weer naar huis brengen”, is er één die de bezoeker lang zal heugen. Ook zijn talent voor het schrijven van liedjes en het spelen van piano en saxofoon (soms tegelijk) bleven in die eerste show niet onopgemerkt. Soms waren zijn nummers ontroerend, maar vaak ook grappig, zoals het liedje De Buurvrouw - “Ik ben heel slecht in het verzinnen van namen voor liedjes.”

Je vriendin kan zwoel staan zaaien
En het gras héél sexy maaien,
Maar het blijft toch altijd groener bij, de buurvrouw…
Oww, de buurvrouw…
Jaha, de buurvrouw…

Veel landelijke dagbladen plaatsten een recensie. Allemaal positief. Zo schreef de Volkskrant op 23 oktober 2006: “Waar jong talent in de debuutsolo vaak nog aarzelend op zoek is naar vorm en inhoud, is hij als theaterpersoonlijkheid zeer zelfbewust, zijn timing is van hoog niveau en zijn grappen zeer scherp en geëngageerd.” Het Algemeen Dagblad schreef op 13 november 2006: “Hier is een cabaretier aan het werk die zijn vak verstaat. Als zanger, onderhoudend conferencier en schrijver met het oog op het alledaagse absurde, waartegen hij met verwondering, twijfel, angst, maar bovenal humor aankijkt. Pieter Derks, dat is zeker, wordt een grote.”

“Het spelen van mijn eerste programma was heerlijk en fantastisch, maar vooral heel leerzaam”, zegt ook Pieter. “Ik dacht: je schrijft een programma, je hebt de première en dan is de show klaar, maar het heeft uiteindelijk nog een half jaar geduurd voordat de show echt af was. Hoe zet je bijvoorbeeld een programma in elkaar en hoe moet je reageren op het publiek? Zo zaten in Maassluis twee dames in de zaal die demonstratief wegliepen toen ik over Camping de Wereld en dus over God en Jezus begon. In eerste instantie schrok ik daarvan, maar achteraf ben ik er juist weer trots op.”


foto: Stephan van Hesteren

Al op jonge leeftijd wist de kleine Pieter dat hij cabaretier wilde worden. Bijzonder als je bedenkt dat Derks vroeger een verlegen en teruggetrokken jongetje was. Hij groeide op in het dorp Beuningen waar hij, samen met zijn oudere broer en jongere zusje, een onbezorgde en vrije jeugd genoot. Op de basisschool imiteerde hij André van Duin en toen hij eenmaal een middelbare school moest kiezen, koos hij bewust voor een Jenaplanschool waar veel ruimte was voor theater en toneel. “Theater was voor mij een manier om mij te uiten.”

Na de middelbare school werd Derks op de Koningstheaterakademie in Den Bosch, als jongste student, toegelaten. Directrice Anna Uitde Haag herinnert hem als een slimme, muzikale, gevoelige, maar ook luie jongen. “Je moest hem soms het mes op de keel zetten, om iets van hem gedaan te krijgen. Aan de ene kant dus geknipt voor het vak, in een zaal vol mensen moet je wel presteren, maar aan de andere kant ook zonde, omdat zijn talent op deze manier niet goed tot uiting kwam. In het tweede jaar heb ik hem daarom geadviseerd mee te doen met een cabaretfestival. Bij het Leids Cabaret Festival lag hij er in de kwartfinale ten onrechte al uit, maar bij het Amsterdams Kleinkunst Festival in 2005 deed hij het geweldig.”

Ook bij Simone de Waard, van 1998 tot 2007 voorzitter van het Amsterdams Kleinkunst Festival, viel het talent van Derks op. “Als voorzitter heb ik alle stappen die Pieter tijdens het Kleinkunst Festival heeft moeten doorlopen, gezien. Tijdens de tien minuten auditie zat ik in de jury en wij waren direct gecharmeerd van hem. Hij zong een parodie op de liedteksten van onder andere Syb van der Ploeg, Marco Borsato en Bløf. Trendy, muzikaal en erg geestig.” Het was vervolgens impresario Diederik Hummelinck die Pieter na het Kleinkunst Festival een contract aanbood, waardoor hij anderhalf jaar met zijn show door Nederland mocht toeren.

Pieter was aangenaam verrast door het aantal positieve recensies. “Ik had ze kritischer verwacht”, vertelt hij wanneer hij terugblikt op de afgelopen anderhalf jaar. “Misschien hebben de recensenten rekening gehouden met het feit dat het mijn debuutshow was, hoewel ik daar zelf eigenlijk geen zicht op heb. Ik vind het moeilijk om bij mezelf het onderscheid te maken tussen wat talent is en wat ik allemaal nog moet leren.” De recensies helpen Pieter om van buiten naar zichzelf te kijken. “Hoe zien de kenners het en wat zijn de dingen die mij heel erg eigen en uniek maken? Wat heb ik toe te voegen aan de cabaretwereld? Met de recensies doe ik verder vrij weinig. Als ze goed zijn lees ik ze gewoon een paar keer per jaar door.”

Nu dus het tweede programma. Hoe gaat dat schrijven in zijn werk? “Het zijn grote filosofieën over hoe de wereld in elkaar zit. Die verzin ik gewoon thuis op de bank. Daar ga ik dan bij drinken en zwaar bij kijken. Nu volgt de stap om dat langzaam om te zetten in leuke en lichte verhalen, de grappige sketches.” Ook dat is volgens Derks een kwestie van rondlopen en om je heen kijken. Zo vertelde hij in de vorige show over een woordenwisseling tussen een caissière en een Afrikaanse vrouw die uitmondde in een internationale oorlog. In werkelijkheid bestond deze woordenwisseling uit drie zinnen. “Die klant is daarna boos weggelopen volgens mij. Hoewel… ik weet het niet meer! Ik maak er een mooi verhaal van, maar vergeet vervolgens hoe het echt gegaan is. Je gaat in je eigen verhalen geloven.”

Het rondlopen en om je heen kijken, lijkt het geheim van een cabaretier om origineel te blijven. Als je pas 23 jaar bent en vele grote cabaretiers voor je hebt gehad, zou je een neiging kunnen hebben om te kopiëren. “Op de Koningstheaterakademie heb ik wel tweehonderd voorstellingen gezien. Daar heb ik juist ontzettend veel van geleerd. Ik weet nu precies wat ik mooi vind en wat ik wel of niet wil”.

foto: Willem de Roon