Op verzoek: hier mijn tekst over ‘vervaagtaal’, zoals ik die voorlas in de uitzending van TatataTaal van afgelopen dinsdag! En mocht je die uitzending terug willen zien, dat kan door hier te klikken!
Klik op ‘lees verder’ om de tekst te lezen!
De turbotaal heeft zijn beste tijd gehad. De enigen in mijn generatie die nog uit hun lul brullen of goudgele rakkers drinken zijn de studenten van het corps, maar die hebben altijd al een voorliefde gehad voor dode talen. De trend die de komende jaren om zich heen zal grijpen, voor zover dat niet al gebeurt, is de vervaagtaal.
Onder mijn leeftijdsgenoten is het al een tijdje gaande. Alles wordt afgezwakt. Ik heb vrienden die geen zin meer kunnen maken zonder ‘zeg maar’, of ‘een soort van’, en zelf heb ik ook weleens zoiets van: best wel heftig ofzo. De kern van vervaagtaal: het is nooit iets helemaal. Alsof we niet in een echte wereld leven, maar in een net niet gelukte kopie. We hebben een soort van verdriet, we zijn zeg maar blij, en we hebben niet echt een mening maar wel zoiets van: best wel.
Dat heeft nogal wat gevolgen voor de toekomst. Mijn generatie zal weinig Grote Namen voortbrengen. Onze Einsteins zullen niet ver komen met “E is zeg maar een soort van MC, maar dan iets van kwadraat ofzo”. Onze Martin Luther Kings zullen weinig massa’s in beweging krijgen met “ik heb zoiets van zeg maar best wel een soort van droom”. Ikzelf zal geen zaal op z’n kop zetten met: er komt zeg maar een konijn bij een soort van bakker, en die heeft dan zoiets van: worteltjestaart, snap je? Hoewel grappen over worteltjestaart ook in duidelijke taal meestal geen succes zijn.
Hoe dan ook: dit wordt een ander land. De turbotaal was van snelle jongens, maar ik ben bang dat al die vage taal alleen maar kan leiden tot heel veel ambtenaren.

